Vanmiddag hebben enkele leden van Groen Leuven symbolisch enkele huizen geïsoleerd. Daarmee willen we aandacht vragen voor de nood aan een sterker energiebeleid dat zich ook richt op het versneld isoleren van oudere woningen, zeker ook met het oog op mensen die kwetsbaar zijn voor energiearmoede.
Daarvoor hebben we een gemiddeld rijhuis genomen, dat nu nog niet goed geïsoleerd is. Voor dat huis hebben we berekend hoeveel enkele aanpassingen zouden opleveren in de energiefactuur.
Met een sterker beleid de volgende jaren moet het mogelijk zijn om van Leuven de stad te maken met de laagste energiefactuur. Dat moet de ambitie zijn van een volgend stadsbestuur.
Wat stelt Groen voor voor een beter energiebeleid?
Steeds meer groeit het besef dat investeren in energiebesparing een slimme keuze is. Brandstoffen worden steeds duurder. En wanneer we echt iets willen doen aan de klimaatverandering moeten we ervoor zorgen dat we minder CO2 in de lucht sturen.
Veel mensen hebben al veranderingen aangebracht aan hun huis, onder meer door dakisolatie of nieuwe ramen. Zeer goed. Zij voelen al meteen het effect daarvan in hun portemonnee. Maar als we Leuven klimaatneutraal echt willen realiseren is er veel meer nodig. Nieuwe huizen zijn meestal al van een goede energiekwaliteit, hoewel ook daar nog veel meer mogelijk is. Zo zijn we er voorstander van dat de stad zou opleggen in de bouwvergunning dat alle nieuwe huizen energieneutraal moeten zijn.
Maar een groot deel van de huizen in de stad is oud. Ook dat woningbestand zou snel moeten aangepakt worden, en dat mag niet zomaar afhangen van individueel initiatief. Zeker ook niet omdat mensen met een laag inkomen, die vaak wonen in de slechtste huizen, het meest kwetsbaar zijn voor hoge energieprijzen. Vanuit verschillende organisaties die op het terrein werken en ook door het OCMW zijn er al heel wat initiatieven genomen om mensen te bereiken die het meest gevoelig zijn voor energiearmoede. Die initiatieven juichen we toe. Ze zouden nog verder moeten versterkt worden, en ingebed in een brede wijkaanpak, zodat ze hopelijk nog meer succes hebben.
Groen wil dat we de volgende jaren een serieus tandje gaan bijsteken. We willen dat er een beleid komt, met aangepaste instrumenten, om de energetische renovatie van het oudere woningbestand sneller, en vooral op een grotere schaal (bv. een hele wijk in een keer), aan te pakken. Publieke middelen moeten daarbij vooral gekanaliseerd worden naar die mensen die het meest getroffen worden door energiearmoede. Voor Groen zou een nog op te richten lokaal energiebedrijf een sleutelrol moeten spelen in zo’n beleid.
Enkele voorstellen
Een goed begin van dit beleid zou het maken van een thermische luchtfoto van Leuven zijn. Zo kan men heel goed zien welke huizen in welke wijken het meest energie verliezen. Op die manier kunnen prioritaire zones worden aangeduid waar het eerst moet worden ingegrepen. Ook van aparte huizen kunnen gedetailleerde thermische foto’s gemaakt worden, zodat men concreet kan zien waar de warmteverliezen zijn.
Het komt er dan op aan om alle bewoners samen te brengen om hen te betrekken bij het hele project, via een aangepaste participatiestructuur, een energiewijkgroep. Wanneer er sociale organisaties of buurwerk actief zijn in die wijk, hebben zij vanzelfsprekend een belangrijke rol te spelen in zo’n energiecirkel. Ook vertegenwoordigers van de stad en het OCMW draaien mee in de energiewijkgroep. Alle betrokken bewoners kunnen ook beroep doen op een contactpersoon bij wie ze permanent terecht kunnen met al hun vragen.
Speciale aandacht is nodig voor huurders. Zij kunnen meestal zelf erg weinig veranderen aan het huis waarin ze wonen, en ze komen dan ook nog vaak terecht in kwalitatief slechte huizen. Verhuurders zouden actief benaderd moeten worden om hen ervan te overtuigen mee te stappen in het wijkproject. Eventueel kan ook het sociaal verhuurkantoor hierin nog een rol spelen.
Voor het algemeen energiebeleid in de stad zijn we voorstander van het oprichten van een lokaal energiebedrijf. Dat gaat zich richten op energiebesparing, energieproductie en energielevering. Het bedrijf zal eigen energieprojecten opstarten en andere lokale initiatieven bundelen. Bedoeling is onder meer lokaal geproduceerde groene stroom ook lokaal te verdelen. In samenwerking met bedrijven worden lokale voorbeeldprojecten opgestart op het vlak van energiebesparing en –productie. Zo’n bedrijf zou ook als taak krijgen de wijkaanpak te coördineren en te organiseren.
Aan alle bewoners van de wijk wordt een energie-audit aangeboden. Zo kan huis per huis in kaart gebracht worden wat de grootste tekorten zijn en welke ingrepen het snelst effect zouden kunnen hebben. Er wordt ook een concreet overzicht gegeven van de terugverdientijd van de investeringen. Veel mensen weten niet hoe relatief snel ze een investering kunnen terugverdienen door lagere energiekosten.
Daarna wordt er een voorstel van totaalaanpak uitgewerkt. Met een aantal bedrijven (uit de reguliere en de sociale economie) worden afspraken gemaakt voor een aanpak op maat van alle huizen, zodat de prijs kan gedrukt worden. Voor materialen als isolatie of ramen, verwarmingsketels en ook groene stroom, kan op die manier een gezamenlijke aankoop worden georganiseerd. Wie zelf aanpassingen kan uitvoeren, kan zo goedkopere materialen krijgen en deskundig advies. Wie dat niet kan, kan aan aantrekkelijke voorwaarden intekenen.
Voor al wie in het project stapt, wordt administratieve ondersteuning aangeboden. Zo kan de soms moeilijke zoektocht naar alle premies en fiscale voordelen uit handen genomen worden, zodat er voor iedereen een maximaal gunstig effect is. Ook de af en toe ingewikkelde weg om bij goede technici of aannemers te komen, kan zo door het energiebedrijf worden overgenomen.
Op basis van de inkomenssituatie van de burgers in de wijk wordt bekeken wie zelf niet voldoende eigen middelen heeft om mee in het project te stappen. Zij kunnen extra steun krijgen, al dan niet in de vorm van een renteloze lening via het FRGE (Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost, in Leuven in de vorm van vzw Pendule). Voor de groep die daar net boven valt, worden ook interessante formules van prefinanciering uitgewerkt zodat investeringen sneller kunnen worden doorgevoerd.
Voor alle betrokken burgers wordt systematisch informatie voorzien. Dat loopt onder meer via een klimaatscore. Bij het begin van het project wordt in een scorebord uitgewerkt hoeveel het gemiddelde energieverbruik is, en tussentijds wordt dan telkens aangegeven hoeveel energie er al bespaard is, en vooral ook hoeveel de energiefactuur daardoor gedaald is.
Gisteren wenste een collega me geluk met mijn tweede plaats voor Groen bij de gemeenteraadsverkiezingen in Leuven. Ze had erover gelezen in de Streekkrant. Ze vond ook dat we gelijk hadden in verband met de bussen in de binnenstad. Er rijden er teveel over dezelfde beperkte route. Sinds het vernieuwde Fochplein weer open is, is dat ook weer pijnlijk duidelijk. Dat artikel was weliswaar een verdienste van een Open VLD'er. Maar het toeval wil dat ook Groen al meermaals het probleem aankaartte. Onze oplossing verschilt echter danig van de liberale. De man in kwestie wil de grote bussen vervangen door kleine pendelbusjes. Wablieft? Die zin misschien stiller en smaller. Maar om dezelfde hoeveelheid mensen te vervoeren, heb je er wel veel méér nodig. Dus méér verkeer, méér gevaar, méér luchtvervuiling... Met Groen pleiten we daarentegen voor de herinvoer van de tram. Die kan veel meer personen tegelijk vervoeren, maakt geen lawaai en stoot niets uit. Volgens een studie zou een route van het station naar het Sint-Jacobsplein, en vandaar verder naar Gasthuisberg en Tervuren economisch meest rendabel zijn.
In België zijn er 116.997 vzw's, die samen minimaal 156.000 tewerkstellen. Aangezien een vzw minstens drie leden in haar Algemene Vergadering moet tellen, kunnen we ervan uitgaan dat er ook 300.000 Belgen actief zijn achter de schermen. (Sommigen onder hen zitten misschien in meerdere vzw's tegelijk, maar vele vzw's tellen méér leden dan het strikte minimum.)
Vandaag stelde Groen haar lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen voor. We hebben een sterke en diverse lijst, een combinatie van ervaring, verjonging en vernieuwing. De lijst wordt getrokken door Fatiha Dahmani, en geduwd door Eva Brems. Samen met alle andere kandidaten, zoals Toon Toelen op de tweede en Lies Corneillie op de derde plaats staan we klaar voor een stevige campagne.
Voor ons is de strategische inzet in drie punten samen te vatten:
Groen is het positieve alternatief. Wij willen niet meedoen met antipolitiek, en geloven al helemaal niet in de strategie van partijen die enkel uit zijn op polarisering. Wij willen wel een ander beleid voor deze stad, en dat is een positieve inzet. Wie van Leuven een duurzame klimaatneutrale ecostad wil maken, een stad waar er plaats is voor iedereen en niet alleen voor wie rijk is, en een stad waarin er eindelijk wordt geïnvesteerd in participatie, die heeft in Groen de beste bondgenoot.
We willen meer groene raadsleden. Met vijf raadsleden en een OCMW-raadslid hebben we al een stevige groene vertegenwoordiging in Leuven. Maar als we echt nog meer willen wegen hebben we meer raadsleden nodig.
We willen deze stad mee besturen. Leuven heeft meer dan ooit nood aan stevige scheut Groen in de politiek. Zoals de kaarten nu liggen, is het helemaal niet zeker dat de huidige meerderheidspartijen hun meerderheid zullen behouden. Groen staat klaar om mee verantwoordelijkheid op te nemen, maar dan wel in een bestuursakkoord dat een andere richting uitgaat dan het beleid van de huidige ploeg.
De inzet is duidelijk. De volgende zes maanden willen we de kiezers overtuigen van ons project. Wie, net als wij, droomt van een duurzame en rechtvaardige stad waar burgers actief gewaardeerd worden, die moet groen stemmen. Wie, ook net als wij, veel vragen heeft bij het beleid van de huidige meerderheid en tegelijk niet wil meedoen met een negatief opbod, die moet kiezen voor het positieve groene alternatief.
We zijn er klaar voor. De volgende weken zul je zeker nog van ons horen. Binnenkort komen er weer acties, stellen we ons programma voor, en nog veel meer. Breng Groen aan zet op 14 oktober, dat is waar het om gaat in deze kiesstrijd.
Har jag redan berättat om boken som jag läste förra år, Nils Holgerssons underbara resa genom Sverige? Det tror jag inte. Men det visst var en oförglömlig upplevelse. Förut kändde jag handlingen bara som tecknad serie. Men på verkligheten är det en bok i svensk geografi och en ramberättelse. Nils resar genom hela Sverige på ryggen av en gås. En ena delen av landet kopplas med historia, en annan med poesi, en saga, social kritik. Var gång met olika stiler, inte alls någon barnbok!
Jag läste boken förresten på gamla stavningen och det lyckades bra. Ordvalet låtade faktiskt såsom gammal nederländska eller dialekt flamländska.
Slutligen, Lagerlöfs biographi måsta vara likadant interessankt. Hon var troligtvis lesbisk men också den första kvinnan som fick Nobelpriset i litteratur.
We prijzen onszelf gelukkig met onze lieve kindjes. Luisteren is misschien niet hun sterkste kant. Maar zorgzaam zijn zeker. Zo beheert Kate haar moekes agenda. Ze kribbelt die met veel overgave vol afspraken om Christy te helpen. En toen moeke onlangs ziek was en een les moest afzeggen, schreef Kate prompt een ziektebriefje voor de directeur van de muziekschool. Daarna plooide ze alles in een zelfgemaakte omslag en tekende er zelfs een postzegel bij.
Eindelijk een fabrikant van jeans die oog heeft voor de fietsende medemens! Mijn vorige drie paar jeans begaven allemaal precies op dezelfde plaats, daar daar waar je broek het strakst staat tijdens het fietsen. In mijn geval de achterzijde van mijn linkerbeen, net onder de poep. Zelfs als zoude broek uit dit filmpje de verwachtingen slechts voor de helft inlossen, dan zou ik al tevreden zijn.
Op een dag als vandaag - met het vreselijk busongeval in Zwitserland in het achterhoofd - hoop je zo weinig mogelijk mails en telefoonoproepen binnen te krijgen. Het zou maar eens slecht nieuws kunnen zijn, een getroffen vriend of collega uit Heverlee?! Ik zat aan het ontbijt toen ik het nieuws las op de krantensites. Meteen voelde ik de behoefte om mijn eigen kindjes nog wat harder en vaker te knuffelen dan anders.
Een paar jaar geleden vond eveneens een tragisch ongeval plaats vlakbij de Lambertusschool in Heverlee. Twee gasten onder invloed ramden met hun SUV toen een auto met een moeder en twee kinderen die ter plekke omkwamen. Haar echtgenoot pleegde later zelfmoord omdat hij niet kon leven met het verdriet.
Toen Véronique Vandekerckhove, conservator van M, stierf, moest ik ook twee keer slikken. Het ongeval gebeurde niet alleen quasi bij ons om de hoek, op een plaats waar ik vaak zelf passeer met de fiets. Maar bovendien had ik een maand eerder een tafel gedeeld met Véronique tijdens een etentje van de erfgoedraad in de Koerier van Navarra. Samen met Klaas-Jaap van Resonant keuvelden we over onze passies en zo veel meer. En nu is ze voorgoed weg.
Twee van die drie ongevallen konden moeilijk voorkomen worden. Veroniques fiets was altijd tiptop in orde, de plaats was goed verlicht... En ook de busfirma en de tunnel staan hoog aangeschreven. Wat kan je dan nog zeggen? Het noodlot heeft toegeslagen?
Het centrum voor sociaal beleid heeft een interessante module gemaakt waarmee je je gezinsinkomen kan vergelijken met het Belgische gemiddelde. Al is het niet zo simpel om je netto inkomen te berekenen indien je ook teruggestorte belastingen moet verrekenen (in maanden nog wel)! De module houdt uiteraard geen rekening met de uitgaven. Woon je in een dure stad of een in een huis waar je veel moet stoken? Dan zal je gemiddeld sneller in armoede vervallen, zoals 15% van de bevolking, dan mensen met hetzelfde inkomen die vanuit een betere startpositie vertrokken.
Mij zal je niet horen klagen over mijn inkomen. De verloning is in verhouding met mijn universitair diploma en 10 jaar werkervaring. Maar ik ben vooral blij dat ik me nog steeds met mijn liefde voor geschiedenis kan bezig houden. Dat valt moeilijk in geld uit te drukken maar ik heb er zeker wat euro's voor veil. Toch zou ons inkomen nog steeds in het laagste kwart terecht komen indien Christy niet af en toe iets zou verdienen. Vroeger werkte in een statuut onder paritair comité 200. Dan krijg je zelfs geen automatische indexaanpassing! Indien Ben toen al geboren zou zijn, zouden we op dat ogenblik zelfs in het laagste deciel vallen, vijf percent onder de armoedegrens. Dat stemt toch tot nadenken! In feite is het dus niet meer mogelijk om fatsoenlijk rond te komen met een gezin van vier op één inkomen. Anders gezegd wordt thuisblijven voor de kinderen door onze maatschappij niet meer aanvaard. Dirk Geldofs liet me ooit een grafiek zien waarop hetzelfde te lezen stond. De lonen in ons land liggen in absolute cijfers gemiddeld veel hoger dan pakweg in de jaren 1970. Maar per (klassiek samengesteld) gezin verdienen we minder. En dan vergelijk ik nog steeds met universitairen. Hoeveel moeilijker moet dit wel niet zijn voor een kortgeschoolde?
En - om op de index terug te komen - beweert Verhofstadt niet altijd dat de index onze lonen steeds iets minder doet stijgen dan de buurlanden? Voor mijn part mag er gerust gepraat worden over mechanismen die de competitiviteit van onze economie waarborgen. Maar dan moet er ook gepraat worden over het PC 200. Die mensen zijn vogels voor de kat! Ze staan zo zwak dat ze geen fatsoenlijk loon krijgen. En ze bevinden zich doorgaans niet in een positie dat ze jaarlijkse loonsverhogingen kunnen eisen.
Mag ik een vergelijking maken met de fietsvergoeding? Af en toe wordt het - voor de belastingen aftrekbaar - bedrag verhoogd. Leuk voor degenen die een fietsvergoeding krijgen/geven. Maar moeten we niet eerst zorgen dat iedereen die met de fiets gaat werken ook daadwerkelijk die vergoeding krijgt, dat zoiets niet langer afhangt van de goodwill van de werkgever? Volgens mij is de groep die geniet van dat belastingsvoordeel nu nog erg beperkt.